Kerst, je moet zoveel

Deze kerst wordt de eerste in drie jaar dat ik met een familie aan een kerstdis zit. In eerdere jaren peuzelde ik vergezeld door vrienden mijn kerst op. Op alle vier de kerstdagen vonden we elkaar: twintigers die dat gristelijke, gezellige familiefeest niet met hun eigen familie konden (of wilden) vieren. Het waren gezellige, goeie etentjes, wars van spanning of vals sentiment en verrassend drukbezocht bovendien.

Sinds mijn vader vijf jaar geleden overleed is kerst met mijn familie steeds minder een optie geworden. Als je mijn boek hebt gelezen kun je je een beetje een voorstelling maken: wanneer er iemand in een gezin sterft verandert alles– en kerst misschien nog wel het meest. Sindsdien staat voor mij de kerstboom jaarlijks een klein beetje scheef. Wij, de kinderen, worden iedere kerst een klein beetje volwassener. Maar die ene stoel blijft leeg. Die ene stoel vind ik nooit leger dan tijdens kerst.

Terwijl ik deze column schrijf, blader ik door de Volkskrant. Ik zie een foto van ‘eenzame ouderen’ die in De Bilt gezamenlijk aan een kerstdis zitten, georganiseerd door het Nationaal Ouderenfonds. Ik lees dat het fonds ‘ (…) dit jaar een recordaantal kerstdiners organiseert op veertig locaties, allemaal bij Van der Valkrestaurants’. (Wat geweldig dat die avonden worden georganiseerd!) Op de foto zie ik dames met wit haar en broches en levervlekken in het gezicht. Die vrouwen kennen elkaar niet en eten straks met elkaar. Praten ze over hun kinderen en kleinkinderen? Hebben ze die niet, misschien, en zijn ze daarom gezeteld tussen onbekenden?

Sinterklaas: een vilein gedicht, hooguit. Pasen: te goed verborgen eitjes die je niet zult vinden. Je verjaardag: rimpeltje erbij. Geen zin het te vieren? Sla je het een jaartje over. Oud en nieuw: tussen de kruitdampen en de beste wensen hoef je alleen maar op te passen met oliebollen en vuurpijlen. Allemaal prima te doen. Nee, dan het kerstfeest: voor iedereen met een gezin dat enigszins afwijkt van ‘de norm’ een confronterend feest vol verwachtingen van jezelf en verwachtingen van je familie. Je moet zoveel. Het stemde me dus somber, de afgelopen jaren.

Als zo’n tenger bladgouden engeltje van een mobile vliegend boven een kaarsvlam, kwam daar dit jaar ineens mijn verkering. We kijken samen Homeland en Luther. We tongen ook. Deze week liet ik zelfs – mijlpaaltje­ – een scheet waar ze bij was.  Ik kook voor haar en complimenteer haar als ze weer een dag heeft gebuffeld aan één van haar twee (!) scripties. En wanneer een pretentieuze recensent lelijke woorden over mijn boek heen kotst wappert ze mijn frustratie weg alsof het eerdergenoemd scheetje betrof.

Eerste kerstdag mag ik dit jaar aanschuiven bij haar familie. Ontzettend lieve mensen. Er is ook een opa bij. En een iets jonger zusje. Ik kijk er naar uit, ga zo wat kadootjes voor ze kopen. En tweede Kerstdag? Chillend. Met een vriend. Zo’n vriend van toen wij ieder nog drie turven hoog waren, een Playboy steelden en een boomhut maakten achter “de riolering” van het dorp waar niemand ons kon zien want we waren gecamoufleerd en we hadden échte katapulten hoog in de bomen vastgespijkerd, katapulten gemaakt van binnenbanden en we schoten op Duitse soldaten totdat iemand ons binnenriep en we stamppot aten en ergens in huis stond een kerstboom en onder die kerstboom lagen kadootjes klaar, zorgvuldig ingepakt in glimmend papier– hoewel kerst nog ein-de-loos ver weg was – en dat het dan druk was aan tafel. Panta Rhei. Generatie na generatie.

Ik wens jullie een ontspannen kerst toe. Laat je niet gek maken, hé?

Sidneys debuutroman Alles ruikt naar chocola ligt nu in de winkel, ook de app is sinds kort verkrijgbaar. Bekijk de voorleesvideo en laat je door Sidney meesleuren in het verhaal.

LEES MEER COLUMNS VAN SIDNEY