LVXII zwangerschapstest

Vorige keer googelde Robin op ‘symptomen’ en ‘zwanger’. Ze schatte de kans heel klein.

Twee stuks zijn het. Voor de zekerheid. Van een huismerk. Dit geintje moet me natuurlijk niet te veel gaan kosten.
Ik lees de bijsluiter en haal een stick uit de verpakking. Als er in allebei de vensters een streepje ontstaat, dan staat mijn leven op zijn kop. Als er maar een streepje verschijnt dan ga ik straks lekker naar de film.
Ik heb dit nog nooit gedaan. Het voelt ineens heel erg volwassen, terwijl het dat in deze context helemaal niet is. Ik moet denken aan die ene scène uit Rozengeur & Wodka Lime, waarin Isa Hoes ook dacht dat ze zwanger was. Toen ze, nadat ze het aan haar vriendinnen had verteld in de kroeg, ongesteld werd in diezelfde kroeg, moest ze huilen.
Moet ik ook huilen straks? Huilen van blijdschap omdat het allemaal niet zo blijkt te zijn? Ik besluit dat ik wel genoeg heb gehuild. Voor een jaar. Voor een heel weeshuis. Klaar nu. Ik bewaar die tranen voor belangrijke gelegenheden.
Er staat dat het beter is om in een glas te plassen en de stick er dan in te zetten. Maar dan moet ik daarna dat glas weggooien en dat is ook weer zo zonde. Ik plas er maar gewoon overheen, doe de dop erop en leg het stickje met het venster naar beneden op de wastafel neer.
Drie minuten heeft het nodig. Drie minuutjes die het verschil maken tussen leven en nou ja… geen leven.
Ondertussen haal ik de wasmachine leeg. Af en toe werp ik een blik op het stickje en elke keer besluit ik hem nog iets langer te laten liggen. Alsof ik daarmee een uitkomst kan beïnvloeden die al lang vast staat.
Dat is een tic. Vroeger pakte ik cadeautjes aarzelend uit op het allerlaatste moment. Als de gever al enige tijd met grote ogen knikkend stond te gebaren dat het pakje opengemaakt mocht worden. Dan deed ik het. Voorzichtig. Hopend op een briefje waarop stond dat de pony achterin de tuin stond. Dan bleek het, zoals voorspeld en te zien aan de vorm van het cadeautje, een cd van Kinderen voor Kinderen. Ik was teleurgesteld. Niet in de gever. Maar in mezelf. Want even had de illusie gehad, een heel klein beetje hoop, dat er een pony in zat. Terwijl ik dondersgoed wist dat het niet zo was.
Als alle natte kleren over de badrand, de rand van de deur en de verwarming zijn gedrapeerd pak ik de stick. Ik loop ermee naar de keuken en zet een kop thee. De koekjes zijn op. Snel trek ik mijn jas aan en loop naar de hoek van de straat.
‘Ah hallo,’ zegt de Iranier. ‘Alles goed?’
‘Prima,’ zeg ik terug.
‘Jij baby krijgen?’
Ik reken de koekjes af.
‘Nee hoor,’ zeg ik en loop weer terug naar huis.
Daar schenk ik de thee in en pak twee koekjes. Ik leg de stick omgekeerd op tafel. Als ik een koekje heb opgegeten draai ik het stickje om. Met mijn ogen dicht.
Ik krijg geen baby. Ik krijg geen baby. Ik krijg geen baby. Ik weet het zeker. Ik beloof mezelf niet te gaan huilen. Volgens mij hoef ik dat ook helemaal niet.
Als ik mijn ogen opendoe zie ik twee lijnen. Twee blauwe lijnen. Elk in een venster. Ik ren naar de badkamer en pak de bijsluiter. Dit heb ik niet goed gezien. Op het plaatje staat: een lijn = niet zwanger, twee lijnen = zwanger. Ik kijk nog eens goed. Houd het stickje tegen het licht. Ze staan er echt.
Ik pak de andere test en ga naar de wc. Ik hoef niet te plassen, want dat heb ik net al gedaan. Hoe erg ik ook mijn best doe. Er komt niets. Ik loop naar de keuken en vul een groot glas tot de nok. Drink hem helemaal leeg en ga terug. Eindelijk komt het. Ik doe de dop er weer op en leg het stickje weer neer. Ik wacht niet zoals net met kijken, maar staar naar de vensters. Na twintig seconden is het al duidelijk. Waarom laten ze al die arme vrouwen die naar een kind verlangen dan maar liefst twee minuten en veertig lange seconden wachten? Waarom?
Ik zie het echt goed. Het zijn er twee.
Er komt geen golf van paniek.
Geen woede.
Geen wanhoop.
Geen plan.
Geen angst.
Het valt niet te ontkennen, maar ik ben ijzig rustig. Ik zie geen wiegje. Geen abortuskliniek. Geen dikke buik. Geen miskraam. Ik zie geen striemen. Geen flesjes. Geen ziekenhuis. Geen lelijke zwangerschapsbroek. Eigenlijk zie ik even helemaal niets. Ik pak mijn telefoon en open de Pathé-app. Ik moet opschieten, de film draait over twintig minuten.

Lees de volgende aflevering

LEES ALLE COLUMNS VAN ROBIN