CXX liefdes en vlugge exen

Vorige keer kwam Robin thuis en had de Zuid-Afrikaan de hele boel netjes achtergelaten. Inclusief verrassing.

Misschien is het omdat ik altijd alles alleen moet doen, maar de meest basale dingen vind ik leuk, nu ik het samen met de Zuid-Afrikaan kan doen. Autorijden, fietsen, koken, afwassen, slapen, douchen… al zouden we met zijn tweetjes midden in de nacht de gootsteen moeten ontstoppen, dan nog zou ik het met een glimlach doen.

Boodschappen. Ook zoiets. We hebben afgesproken voor de Albert Hein. Als ik kom aanfietsen na mijn werk, staat hij daar al op me te wachten. Hij heeft een plastic tas verfrommeld in zijn achterzak zitten. Ik koop al jaren bij elke sessie een nieuwe. Maar hij kijkt vooruit.

Ik krijg een zoen. Nog voordat mijn fiets op slot staat. Een dikke. Samen wandelen we de Appie in. Hij pakt een mand. Ik heb de lijst paraat. We eten pizza. Mijn kant met parmaham, rucola en mascarpone. De zijne met feta, tomaat en spekjes.

Bij de smalle rij van het fruit blijf ik staan. De Zuid-Afrikaan murmelt wat over druiven en tomaatjes. Maar ik zie iets. Voor me in het pad. Een lange man. Breed. Blond haar met wat grijs ertussen. Die kenmerkende felgroene trui met rode letters achterop. Het is de man waar ik pasta vongole heb gegeten. De man die zo kundig omelette Siberienne voor me heeft gemaakt. De man die zijn mail afsluit met ‘grote groet’.

Ik zou het liefst nu de Ap uitlopen om aan de overkant bij de Jumbo inkopen te doen. Dat zou een hoop ongemakkelijkheid schelen. Maar ik doe het niet. Ik besluit niks te laten merken en hem zo veel mogelijk te ontwijken. Er is niks mis. We hebben niets verkeerd gedaan. Het is gewoon een aardige vent. Maar ik heb geen zin in een confrontatie. Geen zin in vragen als: ‘Waarom heb je me nooit meer gebeld?’ Niet waar de Zuid-Afrikaan bij is. Niet nu.

Ik richt me op het vullen van een plastic zak met appels. Er botst een karretje tegen mijn hielen. Niet zacht. Ik kijk geïrriteerd om. Recht in de helblauwe ogen van de dochter van de man met de felgroene trui. Er zitten bananen in haar kinderkar. En een zak met stronken witlof. Ik glimlach flauw. Ik ken haar. Het is het meisje van het kinderzitje. Ze zat achterop die keer dat Ed voorbij fietste. Het lijkt al lang geleden. Ze is gegroeid.

Het meisje rent verder. De wielen van het karretje zwalken alle kanten op. Ze heeft er geen idee van dat de hielen waar ze zojuist tegenaan is gereden, grenzen aan de kuiten die haar vader nog niet zo heel lang geleden heeft gekust.

Ik loop een pad in. De kant op waar Ed niet is. Geen logische route, boodschappenlijstje-wise gezien. Maar wel de meest veilige. Van relaxed boodschappen doen en zoenen bij de kuipjes Becel is geen sprake meer. Ik wil mijn lijst afwerken en zo snel mogelijk weg.

Het is gelukt. We hebben alles ingeslagen, zonder Ed tegen te komen in de paden. Ik pak mijn portemonnee al, maar de Zuid-Afrikaan zegt: ‘Laat mij dat doen.’

Een voor een zetten we de boodschappen op de band. Het kassameisje kijkt chagrijnig voor zich uit. Ik groet haar. Zoals ik altijd doe sinds de uitspraak van Mike de Boer jaren geleden in de LINDA. ‘Stom dat mensen het kassameisje geen gedag zeggen. Hallo, ze leeft!’

‘Hé Robin, ben jij dat?’ hoor ik achter me.

Nee, hè? Ik draai me om en zeg: ‘Hi Ed,’ zeg ik alsof ik hem voor het eerst zie.

‘Zo, dus dit is de man waarvoor je mij hebt laten zitten?’ zegt Ed. Hij heeft het tegen mij. Maar kijkt de Zuid-Afrikaan aan. Lachend. Vriendelijk. Gemaakt grappig. Maar echt grappig vindt hij het niet.

‘Uhm, hoi,’ zegt de Zuid-Afrikaan en hij stelt zich voor.

‘Gaat het goed met je?’ vraag ik aan Ed als ik hem drie zoenen heb gegeven. Het moet. Dat doe je als je iemand ziet die je lang niet hebt gezien. Zelfs in de Albert Heijn.

Comme ci, comme ca,’ zegt Ed.

Ik heb geen zin om door te vragen. Niet over zijn blijkbaar niet zo heel erg leuke leven of situatie.

‘Wat staat er op het menu vanavond?’ vraag ik daarom maar.

‘Witlof,’ zegt Ed.

‘Blehhhh’, doet zijn dochter met een vies gezicht.

‘Met kaassaus,’ vergoelijkt Ed.

‘Wie was dat?’ vraagt de Zuid-Afrikaan later als hij heeft afgerekend en we naar buiten lopen.

‘Oh niemand,’ zeg ik nonchalant. ‘Ben ik een keer mee uitgeweest. That’s it.

Altijd lastig. Grote liefdes en vlugge exen die elkaar kruisen… In de Albert Heijn.

LEES ALLE COLUMNS VAN ROBIN

Robin is twee weken uit de running. Haar volgende column lees je op 29 oktober. Tot die tijd kun je ‘vreemdgaan’ met Marleen Janssen.