CXVIII golven
Vorige keer dropte de Zuid-Afrikaan een bom. Het is nog niet helemaal uit met zijn vriendin. Maar Robin begreep het verkeerd.
Ik word wakker uit een droomloze slaap. Op mijn zij. Met mijn gezicht naar de muur. De wekker geeft 06.05 uur aan. Heerlijk vind ik dat: te vroeg wakker worden en dan uitrekenen hoe lang ik nog kan slapen. Een uur en drie kwartier. En ik hoef niet eens naar de wc. Ik leg mijn hoofd weer neer. Het kussen is een beetje nattig. Ik voel in mijn nek. Daar plakken mijn haren aan mijn huid. Misschien was mijn slaap toch niet zo droomloos als ik dacht.
Naast me beweegt iets onder de deken. Ik verstijf en blijf muisstil een paar seconden liggen. Ik knip heel stilletjes het lampje aan. En dan, eindelijk, durf ik me voorzichtig om te draaien. Mijn hart dropt. Ik zie bruin haar. Het beweegt. Bij elke geruisloze ademhaling blaast er een plukje omhoog waar ik het net kan zien om vervolgens weer te verdwijnen. Er ligt iemand naast me. Met zijn rug naar me toe. Droom ik? Gedesoriënteerd in mijn eigen bed. Een hele vreemde gewaarwording.
Ik lift de deken een eindje op. In mijn onderbewuste weet ik dat het goed volk is dat naast me ligt. Maar ik ben pas gerust als ik de schouders van de Zuid-Afrikaan herken. Breed. En toch een beetje knokig. Mijn ogen volgen de lijn van zijn ruggengraat naar beneden. Steeds een stukje verder. De deken meer en meer omhoog. Ik ben bij zijn onderrug aangekomen. Ik kan mezelf niet weerhouden. Ik til de deken nog iets hoger en spiek omlaag. Hij ligt met zijn linkerbeen over het rechter opgetrokken. Dat zie ik aan de contouren van de deken. Ik ben bijna bij zijn billen aangekomen. De deken nog wat verder. Als een echte gluurder verken ik de achterkant van zijn lichaam. Stukje voor stukje. En dan… stuit ik op een boxershort.
Hè jammer…
Stilletjes stap ik uit bed. Ik wil hem niet wakker maken. Niet nu. In de badkamer was ik me met een washandje. Ik poets mijn tanden. Drink een glas water en ga weer terug mijn bed in. Het vochtige kussen draai ik om. Zo lig ik even op mijn rug.
Ik doe mijn ogen dicht en denk aan gisteren. Mijn tenen tintelen als ik hem zie staan. Daar op dat parkeerterrein. Wachtend op mij. In totale onzekerheid. De aderen in mijn kuiten kloppen als ik die omhelzing weer beleef. En later thuis: het voorzichtige zoenen. Het aftasten. Zijn hand die mijn pols pakt, me voorzichtig van de bank af trekt, mee naar mijn bed. Waar ik de lakens even eerder uit de kreukelknoop heb geschud waarin ze lagen.
Ik zie hem zijn schoenen naast het bed zetten. Zijn sokken uitdoen. Hij draait een voor een zijn polsen naar boven en maakt de knoopjes van de mouwen van zijn overhemd los. Ik doe rustig aan, aan de andere kant van het bed. Langzamer dan nodig trek ik mijn schoenen en mijn sokken uit. Ik wil niet sneller zijn dan hij. Af en toe gluur ik uit mijn ooghoek. Twee keer doen we dat tegelijk. Korter dan een seconde kijken we naar elkaar. En als onzekere pubers kijken we net zo snel weer weg.
De haartje op mijn armen gaan omhoog staan als ik weer zijn warme benen voel op die van mij. De spieren net onder mijn oren trekken lichtjes als ik zijn lippen en tong achter mijn oorlel voel. Droog. Een beetje nat. Hij trekt al kussend en likkend en blazend een lijntje langs mijn nek naar beneden. Steeds even opkijkend. Vastberaden. Maar voorzichtig. Vind je het fijn?
Ik denk net zo lang aan gisteren tot het begint te golven in mijn buik. Scènes schieten aan me voorbij. Niet in chronologische volgorde. De een nog fijner dan de andere. En ik glimlach als ik hem hoor zeggen: ‘Wat zijn wij goed hè?’ Maar het is geen vraag.
Hem in mijn huis hebben. Je zou denken dat verwarrend voelt. Vreemd. Maar niets van dat. Ik heb wat ik wil. Het ligt naast me te slapen. En het voelt zo verschrikkelijk goed. Ik kan wel janken bij het idee dat het misschien weer over kan gaan. Maar is dat niet het fijne aan beginnende liefde? Die onzekerheid? Dat zijden draadje waar alles aan hangt. En dat het met een knip van een nagelschaartje voorbij kan zijn. Dat gevoel van aftasten, verkennen en leren. Nog voordat je samen een vanzelfsprekendheid bent. Nog voordat het saai wordt. Gewoon. Alledaags. Dat is het lekkerste gevoel dat er bestaat.
Ik kijk naast me. Ik ga hem wakker maken. We hebben tenslotte nog anderhalf uur.























Reacties
Yeah!!! Goed zo
Stelletje zuurpruimen, gun dat meisje toch de liefde zolang het duurt! Hopenlijk heeeeeel lang!
how low can you go? robin...zucht....het wordt echt tijd voor een therapiesessie over zelfbeeld en zelfvertrouwen
Hmmm ik dacht even dat er een vanillemoment kwam uit vijftig tinten. ;) You go girl!
"Robin bereep het verkeerd"? Een roze wolk is één. Dit is dichte mist.
Bah Robin!