CXIV ik kan het niet geloven
Vorige keer kwam Robin met een kater terug van het uitje met de zaak. Dan wordt ze gebeld.
‘Hoi, met mij,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn.
Het is even stil.
‘Hallo?’ zeg ik. Bibberend. Niet van de drank dit keer. Maar van een bom adrenaline die zich nu als een dolle door mijn lijf heen pompt en er bij mijn oren en ogen uit probeert te komen. Mijn handen trillen ervan.
‘Je moet even naar links kijken. Ik sta vijftig meter bij je vandaan.’
Ik draai een kwartslag naar links.
Daar staat hij.
De Zuid-Afrikaan. Formerly known as de Amerikaan.
Daar staat hij.
Echt? Ja, ik zie hem toch!
De Zuid-Afrikaan die in Kaapstad hoort te zitten. Bij zijn vriendin. Hij staat daar. Vijftig meter bij me vandaan. Met zijn grote handpalmen naast zijn lichaam naar de hemel geheven. Met een glimlach van oor tot oor. Zijn brede schouders ophalend van: ‘Hier ben ik. Kom maar naar me toe.’
Ik sta een seconde, die een kwartier lijkt te duren, als aan de grond genageld. Ik kan het gewoon niet geloven. Daar staat hij. Met zijn spijkerbroek aan. Zijn lichtblauwe overhemd en beige leren schoenen. Daar staat hij mijn sprookje waar te maken. Met zijn lok die half over zijn voorhoofd valt. Zijn drie dagen baardje. De kuiltjes in zijn wangen die steeds dieper lijken te worden, naarmate hij meer gaat glimlachen. Hij staat vijftig meter bij me vandaan, maar ik zie van deze afstand zijn ogen twinkelen.
Ik trek mijn tas van mijn schouder en laat hem met een smak op de grond vallen. Dan loop ik naar hem toe. Ik heb nog steeds de telefoon aan mijn oor. Die stop ik al lopend in mijn zak. Ik ga steeds sneller. Ik ren het laatste stuk met mijn hart dat achter mijn oren bonkt en wangen die kleuren van de spanning. Hij loopt ook op mij af. Steeds sneller. Hij is het echt. Ik doe mijn armen wijd. Hij ook.
Dan val ik hem in zijn armen. Ik hou hem heel stevig vast. Heel. Heel. Heel stevig. Het doet bijna pijn. Ik duw mijn gezicht in zijn hals. En hij zit met zijn gezicht in mijn losse haar. Ik voel zijn adem langs mijn oor heen gaan. Zo staan we even heel stevig te kroelen. Ik kan het gewoon niet geloven. Maar ik weet dat het waar is. Ik ruik hem. En de geur die zijn hals afgeeft doet tientallen herinneringen door mij hoofd schieten. Mijn hele lijf tintelt. Het weet van gekkigheid niet wat het moet doen. Hij doet ‘hmmm, hmmm hmmm’ en wiegt me in onze omhelzing een beetje heen en weer. Hij aait door mijn haar heen en trekt mijn hoofd een beetje naar achter. We kijken elkaar eindelijk aan, na zeker een minuut als klimopplantjes in elkaar verstrengeld te hebben gestaan.
‘Robin, ik ben zo blij dat ik je zie. Ik heb je zo gemist.’
‘Ik jou ook. Ik jou ook. Ik jou ook,’ zucht ik. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik kan gewoon niet geloven dat je hier staat.’
Jank ik? Ik geloof het wel. Dat vocht zal wel naar alcohol smaken. Maar het maakt me niks uit.
Hij zoent me. Ik proef zijn lippen. Zijn tong. Het is zo lekker. Zo vertrouwd. Ik wil mijn lijf nog steviger tegen hem aan drukken. Mijn borsten nog harder tegen zijn borst aan pletten. Ik wil zijn rug nog beter voelen en mijn billen nog dieper in zijn handen leggen. Het tintelt van mijn tenen tot mijn kruin. Mijn voeten krampen van het op mijn tenen staan. Er kriebelt een vreugdebommetje in mijn buik dat uitstraalt naar alle uiteinden van mijn lijf. Het is een XTC-pil op de toppen van zijn kunnen, met mijn lievelingsmuziek, de allerleukste mensen die ik heb om me heen, dansend met de warme zon op mijn gezicht, met in de verte witte paarden met hoorns op hun hoofd en engelen op hun rug. Het voelt als een uiteenspatting van kleur met gouden randjes. Als teddyberen op witte wolkjes. Jubelend van vreugde. Ting-ting-ting-kassa. Maar dan nog duizend keer beter. Als het hele leven zou bestaan uit een aaneenschakeling van dit soort euforische momenten dan zou ik alle dagen pijn hebben in mijn kaken van het lachen. Dit is het meest ultieme wat ik ooit heb meegemaakt. Ik wilde hem. Ik heb hem. En ja: dan mag ik janken.
Serieus: het lijkt wel een film. Alles gaat in slow motion. Mijn gedachten houden de werkelijkheid niet bij. Ik weet eigenlijk niet wat ik moet doen. Maar dat hoeft ook niet, want het gaat allemaal vanzelf. Als ik had mogen kiezen wat ik het allerliefst in de hele wereld had gewild, dan was dit het. Ik heb erover gefantaseerd. Vaak. Meer dan gezond is. Ik heb het gehoopt. Met elke vezel in mijn lijf. Maar ik had nooit, maar dan ook echt nooit, verwacht dat dit me zou overkomen. Dat hij hier gewoon zou staan. Op de parkeerplaats van kantoor. Vanuit het niets. Voor mij.
Na vijf minuten kroelen en pletten en zoenen komen we eindelijk bij bezinning.
‘Maar,’ begin ik, totaal in de war, ik laat hem niet los, ‘maar, hoe weet je dat ik hier was?’
‘Jaaaa….’ zegt hij semi-sluw.
‘Nee. Echt. Hoe weet je dat ik hier was?’
Ik weet het zelf even niet meer.
‘Ik heb je op Twitter gevolgd,’ zegt hij. ‘Ik wilde je eigenlijk gisteren thuis verrassen, maar ik zag dat je op uitje was. Dus toen moest ik nog een hele dag wachten.’
‘Maar hoe weet je dan dat ik hier zou aankomen met de bus?’
‘Dat wist ik niet zeker. Ik wist wel dat je vandaag terug zou komen. Dat zei je zelf via Twitter: twee dagen op uitje. Ik sta hier al vanaf half vijf.’
Ik kijk op mijn horloge. Het is kwart over zeven. Ik kan het niet geloven. Hij staat hier al uren.
‘Ik dacht: die zijn vast voor zessen weer terug’, vervolgt hij, ‘want er zijn allemaal moeders bij die vast weer voor het eten terug willen zijn. Ik gokte dat de bus naar kantoor terug zou gaan, want van hier zijn jullie ook vertrokken. En toen zag ik een paar uur geleden dat de bus panne had. Dus ik sta hier al een tijdje te wachten.’
‘Jeetje,’ zeg ik. ‘Goed bedacht joh. Ik kan het nog steeds niet geloven.’
Hij omhelst me weer heel stevig. ‘Kom we gaan lekker naar huis,’ fluistert hij in mijn oor.
‘Ik rijd eigenlijk met een collega mee terug naar Amsterdam,’ grinnik ik.
‘Zeg maar tegen haar dat je een onverwachte lift hebt gekregen.’
We lachen. Zachtjes. Samenzweerderig.
Ik kan het nog steeds niet geloven.























Reacties
Jajajajjajaj....zucht.....wil ik ook!!! <3
Heerlijk! What you focus on becomes your reality...
Ohhhhhhhhh Wat GEWELDIG. Zo romantisch. Ik moet er van huilen.
Woeeeeeeeeehoeeeeeeeeeee
oh jee, je wordt straks toch niet wakker uit een katerdroom in die bus met panne??
Ahhh!! leuk!!
OMG!!!
yesyesyes!
Jaaaa eindelijk! En nu genieten!
JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA! Finally. :D Hoezeee!
Wat romantisch Robin! Wie had dat durven dromen! Heerlijk geschreven!
Jeetje.