CXIII met een kater naar huis
Vorige keer ging Robin op zomeruitje met de zaak. Als verrassing kwam Nielson van De Beste Singer Songwriter optreden.
Ik ben moe. Misselijk. Op. Echt op. En dat komt door de drank. De sangria en witte wijn. Mijn huid is er kurkdroog van. En dan die sigaretten. De een na de ander. Ik voel assige, korrelige aanslag als ik met die droge lap die nu mijn tong is langs mijn voortanden ga.
Vannacht hebben we tot vier uur de longen uit ons lijf gezongen. Toen werd de stekker uit de karaoke-installatie getrokken. Ik had nog wel even door kunnen gaan. Nu denk ik ‘Shit, heb ik die microfoon niet iets te vaak gepakt?’
Aan de Amsterdamse Grachten: arm in arm met de baas. Vogue van Madonna. Het halve repertoire van John Mayer. Off The Wall van MJ. Rehab (waar nu een buslading rijp voor lijkt). En Whitney Houston met lelijke uithalers. Ik krimp in elkaar als ik er aan terug denk. Gelukkig was iedereen dronken. En zong niemand zuiver. Maar toch…
Toen we om acht uur vanochtend weer naast ons bed stonden voor de rest van het programma, kwam ik er achter dat ik mijn make-up tasje thuis op de wastafel heb laten liggen. Ik heb wat van Jo geleend, maar die heeft mijn kleur niet. Zonder mijn eigen maskertje op voel ik me toch een beetje kwetsbaar en naakt.
Ik staar voor me uit. Iedereen in de bus is stil of slaapt. Mij lukt het niet. Ik wil alleen nog maar naar bed. Zo snel mogelijk naar huis, tv aan, onder de wol en met een suf programma in slaap vallen omdat ik te lui ben om de afstandsbediening te pakken. Ik word blij bij de gedachte dat ik net voor het uitje mijn bed heb verschoond.
Grappig is dat. ‘s Avonds kan ik niet meer stoppen. Ga ik mee in de waan van het moment. Denk ik niet eens aan de dag die komen gaat. s’ Ochtends sta ik lichtelijk gekreukeld op. Nog best in voor een lolletje. Ietwat wankel op de benen. Een lege, rommelende, zwakke maag. Heb ik ontbeten, dan gaat het al een stuk beter en maak ik grappen alsof ik me nog in de avond ervoor begeeft. En dan later op de dag zak ik als een plumpudding in elkaar en wil ik het liefst dood.
Ik heb het niet over drie glazen wijn. Maar dertien. Zo af en toe ben ik een drankorgel. Ik heb de grootste lol. Drink iedereen eruit. Raak overmoedig, maar kan het allemaal hartstikke goed hebben. Ik hoef nooit over te geven. Voer de leukste gesprekken. De kamer draait zelden om me heen als ik eindelijk in bed ga liggen. En dan de volgende middag valt het elke keer weer tegen. Hoeveel ervaring ik ook heb, ik lijk er nooit van te leren.
Ik schrik op van een hard tikkend geluid dat van onder de bus vandaan komt. Het lijkt ook alsof hij kreupel loopt. We komen tot stilstand. Collega’s worden wakker. Met een lange sis gaat de deur open. Ik ruik aan mijn onderarm. Mijn reukorgaan is aangetast. Maar niet genoeg. Mijn arm ruikt zuur. De restanten wijn proberen via mijn poriën mijn lichaam te verlaten. We staan zeker een kwartier stil voordat duidelijk wordt wat er aan de hand is. Er is een steen tussen de twee wielen van de bus gekomen. Ik ga naar buiten om te kijken. De dovige chauffeur schopt met zijn stevige zwarte stappers tegen de lastpak aan. Maar er is geen beweging in te krijgen. Ik pak mijn telefoon. Maak een foto en Twitter ‘panne met de bus’.
Gelukkig staan we in een dorpje waar aan de weg wordt gewerkt. De mannen van de wegwerkzaamheden zijn bereid om te helpen. Ze pakken een enorme hamer en proberen de steen eruit te hengsten. Als dat niet lukt binden ze er een touw omheen, maken het uiteinde vast aan de trekhaak van hun busje en rukken de steen met een flinke dot gas los uit de wielen. Het heeft anderhalf uur geduurd, maar we zijn weer onderweg.
Ik word wakker van de vaartvermindering en de hobbels en bochten. Ik trek mijn wenkbrauwen op om mijn ogen wat beter open te krijgen en ruik aan mijn adem. Niet best. Gevalletje asbak. Als ik een kauwgommetje heb genomen, draaien we eindelijk het terrein van kantoor op. De bus komt zuchtend tot stilstand.
Ik probeer zoveel mogelijk mee uit de laadklep te nemen. Met mijn tas, nieuwe rolkoffer en een plateau met kaarsen loop ik richting de ingang. Ik kan nog net de ene voet voor de andere zetten. Dan gaat mijn telefoon.
Ik zet alles op de grond. En vis in mijn broekzak. Dat zal Mees wel zijn om te vragen hoe het uitje is geweest.
Onbekend nummer.
Eigenlijk heb ik geen zin om op te nemen.
Maar nieuwsgierig als ik ben, doe ik het toch.
‘Hallo? Met Robin.’
Ik herken de stem meteen…




















Reacties
oeehhhh wat spannend ;-) wie o wie heeft ze aan de lijn :P Ik gok de Zuid-Afrikaan.
Ooo weer een week wachten, oef!
Geweldig! ;-)
Cliff hanger...
Het is weer spannend aan het worden! Wat schrijf je toch heerlijk! Elke maandagavond wacht ik op je verhaal en weet ik niet hoe snel ik deze moet delen op facebook! Werelds