CXII zomeruitje
Vorige keer werd Robin aangevallen door een kat. Ze bloedde. Ze voelde eindelijk iéts na weken met een kop vol watten te hebben rondgelopen.
Omdat we afgelopen jaar niet met kerst zijn weggeweest, zijn we met het hele bedrijf op zomeruitje. Om zeven uur vanochtend stond iedereen op de parkeerplaats. Met slaapogen, volle reistassen en vol van de zenuwen. Want waar ging die bus ons veertig kibbelende kippen en een paar mannen naartoe brengen?
Na drie uur touren, een vals meegezongen versie van de film Mama Mia, zes zakken drop, en een vol kotszakje (collega Muriël kan niet tegen bussen) zagen we eindelijk midden in een bos in de Ardennen onze bedrijfsnaam met een grote spandoek op een hek staan. Na twee keer steken reden we krakend over het grindpad het terrein op, met natte handpalmen en geslaakte gilletjes van spanning.
De oprijlaan was een kleine kilometer lang. Iedereen werd stil. En toen, door een haag van hoge bomen, zagen we de eindbestemming liggen. Een enorm kasteel. Zo eentje waar Harry Potter jaloers van zou worden. Een oud adellijk onderkomen met een torentje. En stallen. En een kleine kerk. En een rotonde met een fontein. En rozenhagen in bloei. Hier gaan wij met zijn allen twee dagen vertoeven. Niet om te teambuilden. Te hei-sessieën. Of tot onszelf te komen. Nee, om lol te hebben. Want dat is waar het bij onze bedrijfsuitjes om draait.
Het zoeken naar mijn kamer was nog een hele klus. Ik had alle kamers in het kasteel al gehad, maar nergens stond mijn naam op de deur. Waren ze me dan vergeten? ‘Ga eens in de stallen kijken,’ zei Elle, grande organisateur van onze uitjes. Zij was al vooruit gegaan met wat stagiaires om het kasteel te ‘verbouwen’. Lelijke nepbloemen eruit. Verse bloemen erin. Lantaarns langs de oprijlaan. Verse kussens op de banken. Paraplu’s bij de deur (het zou zomaar kunnen gaan regenen). Zelfs een gans servies heeft ze meegetorst. Nee, Elle die maakt het altijd knus. Tot in de puntjes. Ik zou willen dat ik een zuchtje van haar smaak had. Elle struint rommelmarkten af en tikt pareltjes op de kop waar ik overheen kijk. Ze gooit de hele boel bij elkaar. En het is knus.
De stallen daar staan al jaren geen paarden meer in. Beneden is de boel omgebouwd tot eetzaal. Met de originele details nog in tact. Klinkertjes, zware houten staldeuren. Hooiruiven aan de muur. En boven vond ik een kamer met mijn naam en die van Noëlle op de deur. We hebben een grote eigen badkamer. Op het bed liggen verse handdoeken en zeepjes. Op de nachtkastjes oude boeken en op het dressoir een bordje met een rode appel en een mesje ernaast. Ik ben er stil van. Wat wordt er weer goed voor ons gezorgd.
Na de lunch maken we een flinke wandeling in de bossen, waarbij we de weg kwijt zijn en de groep in tweeën is gesplitst (die anderen gingen gewoon een andere eigenwijze kant op, misschien is teambuilding toch niet zo’n slecht idee). We staan bovenaan een steile heuvel. We zien het kasteel liggen. Dat wordt een uur omlopen. Of hier naar beneden rossen. Sommigen op slippers. ‘Kom op, niet piepen,’ roep ik en neem het voortouw. Ik ga op de hakken van mijn voeten naar beneden. Van boom naar boom. Het is echt steil. Een voor een vallen we in het mos. De een hard. De ander zacht. En na tien hachelijke minuten is de hele groep veilig, maar met groene mosbroeken, beneden. Voor zover de survival.
Als we aankomen bij het kasteel staat de barbecue al aan. We drinken Sangria en eten worstjes. We worden toegesproken. Over hoe goed het gaat met het bedrijf. Wat voor fijn team we hebben. Dat we trots mogen zijn op de successen die we behalen. Het is een heerlijke avond. Mét cadeaus. Iedereen krijgt een klein zwart rolkoffertje ‘voor het volgende teamuitje’ met daarin een grote zwarte badhanddoek met daarop in witte letters het bedrijfslogo. We roosteren marshmallows aan het kampvuur. We lachen en drinken en kletsen en zingen. Want er is naast de stallen een karaokeplek gemaakt. Helemaal professioneel. Met beamer en microfoons.
En nu wachten we op de grote verrassing die elk moment kan komen.
Ik knijp mezelf. Ik heb een heerlijke avond. Al komt de verrassing niet, dan nog heb ik een waanzinnige dag gehad. Met goeie gesprekken en warme momenten. Ik voel me gewaardeerd. Iedereen zingt en danst en glundert van de Sangria en is gewoon zijn eigen leuke zelf. Echt hoor, who needs a man als je naast hele goeie vrienden ook zulke fijne collega’s hebt? Het is de eerste keer in weken dat ik dit denk. En ik meen het.
De karaoke wordt midden in Philine’s versie van Anita Meijers Why Tell Me Why stilgelegd. We kijken om ons heen. Gaat de verrassing nu komen? We zien niets als we in de verte turen. Maar we horen wel wat. Tonen van een gitaar.
We herkennen het meteen. Want dit liedje hebben we honderdtachtig keer gedraaid en uit volle borst meegezongen op kantoor. We beginnen mee te klappen. Hij komt steeds dichterbij met zijn gitaar om zijn nek. Helemaal ‘ingevlogen’ vanuit Nederland.
En dan begint Nielson te zingen. En we zingen allemaal mee:
“Want zij is alles alles alles in eeheen.
Ze klopt van top tot teen, schatje wat doe je met me?
Wat doe je met me?
Ja zij is alles alles alles alles alles alles in eeheen.
Ze heeft de beauty and de brains en oh oh oh het voelt goed.
Yeah, het voelt goed.”
Het wordt die avond nog heel erg laat onder de sterren in de Ardennen.




















Reacties
Huh ! Wie is Nielson? Maar leuk, wat afleiding ;)
Wauw! Nielson!!!!!!! Wil ik ook!
Tjee, Waar werk je zeg!! Mijn "teamuitje"was een speurtocht door Amsterdam. ( dus niet winkelen!!!) Zijn er bij jullie nog vacatures? ( ps, ik ben ook erg ongelukkig in de liefde, als dat een referentie is? ;-))
Heerlijk, ik ben jaloers op zulke teamuitjes (wij mochten bbqen in de achtertuin van de teammanager. )