Lourdes
Gisteren ontving ik voor het eerst van mijn leven mail van een non. Van zuster Léonie. Nu denkt u: ‘Wat moet Marleen met zuster Léonie?’
Dat vroeg ik mezelf ook af.
Het moest een van de grijsbekapte vrouwen uit het klooster zijn waar ik vorig jaar logeerde met mijn schilderklasje.
Maar wélke vrouw?
Ik verslikte me in een cracker met kaas toen ik de eerste regel van zuster Léonie las.
‘Beste Marleen, Van harte dank voor de kaart uit Lourdes die uw vader schreef. Ik vond het heel attent. Dank voor zijn gebed. Laat u hem dat eventjes weten? Hartelijk dank!’
Mijn vader was zeker niet in Lourdes geweest, maar toch schoot door mijn hoofd dat ik iets had gemist. Er ging een schok door me heen.
Ik belde mijn moeder. Alles was goed. ‘Je vader heeft de hele dag foto’s geprint,’ zei mijn moeder, ‘de laptop is eindelijk gemaakt.’
‘Zeg, jullie zijn toch ooit eens in Lourdes geweest?’
Mijn moeder zei ja, maar wist niet meer in welk jaar.
‘In ’98!’ schreeuwde mijn vader vanuit de keuken. Ze gingen samen een ruzieachtig gesprekje aan over 1996 of 1998.
Ondertussen tikte ik ‘Lourdes’ in op de google en scrolde ik door de plaatjes.
Wat een toestand.
Ik herinnerde me dat iemand me ooit vertelde dat hij er een paar weken als brancardier had gewerkt.
‘Zeulen met halve lijken,’ was dat.
Ik zag voor me hoe zo’n half lijk in een scherpe bocht van de brancard af lazerde.
Mijn ouders zaten nog steeds in de jaartallen.
‘Ik zal het voor je opzoeken kind, wanneer we in Lourdes waren. Maar waarom wil je het weten? Ga je erheen?’
Zuster Léonie verwarde me met een andere Marleen.
Ze schreef verder in haar mail: ‘Met grote interesse heb ik uw overwegingen aan het graf van uw moeder gelezen. Ik weet trouwens niet of ik het mocht houden of beter terug stuur – ik heb het nog hier, dus laat me weten als u wilt dat ik de tekst terug stuur.’
Van deze alinea werd ik helemaal naar. Ook vandaag dacht ik nog steeds aan de overwegingen die ik aan het graf van mijn moeder zou hebben. Ik wilde geen overwegingen aan het graf van mijn moeder hebben. Ik voelde me een klein meisje dat stampend door het huis liep, alsmaar roepend van nee nee nee nee.
Ik schreef zuster Léonie een berichtje terug.
Ik hield het luchtig. En zei haar dat mijn vader beslist graag naar Lourdes zou willen.
Nu dacht ze natuurlijk dat mijn vader half verlamd en onderbroken door toevallen zijn foto’s scande.
Het liep helemaal uit de hand.
Ah, alweer post van zuster Léonie: ‘Bedankt voor het attent maken, ik bedoelde inderdaad een andere Marleen. Als bedankje steek ik een kaarsje voor u aan in onze Lourdes grot!’
Ik wist het weer. Toen ik de grot ontwaarde in een overwoekerd hoekje van de kloostertuin, moest ik bijna huilen van ontroering. Een kleine grot van gips. In elkaar geknutseld door een handige, diepkatholieke klusjesman. Hij had voor het Mariabeeld en het kaarsje een apart podiumpje geboetseerd. Die man, die lag al decennia in zijn graf. Die had zich niet kunnen voorstellen dat er over zijn werkstuk nog eens gemaild zou worden.
Mail. Dat bestond toen nog niet.
Zo deemsterde ik de dag door. In mijn herinnering zoekend naar het gezicht van zuster Léonie. Ik kon haar niet vinden.
Volg Marleen op Twitter.
Onze Marleen Janssen promoot het vallei-orgasme. Schrijf je in voor een cursus.
Ze heeft ook een prachtig boek geschreven: De Moedermonologen.














Reacties
Deemsterde ?
@sante: ze zijn er nóg mee bezig
Maar hoe is nu die discussie over het jaartal afgelopen?