Getuige

De hele kerstweek las ik thrillers en bekeek ik diverse schitterende moordlustige tv-series. Toen wist ik het zeker. Als getuige ben ik volledig ongeschikt. Getuigen in films en boeken weten na de moord altijd te vertellen dat de killer om exact 13.47 uur wegrende op oranje gympen maat 46 met het logo van Nike. Mij zou dat beslist niet opvallen. Ik kan op straat mijn eigen moeder op twintig centimeter passeren zonder haar te zien. En vraag je me of de man van mijn beste vriendin een snor heeft, dan moet ik heel, heel diep nadenken.
Toch blijk ik bepaalde dingen te registreren. Zo was ik laatst in de beddenwinkel. En in die beddenwinkel rook het apart. Alsof
de eigenaren dagelijks een reusachtige Ambipur-kaars brandden om de muffe slaapkamerlucht te verdrijven. Het was een zoete, moordende lucht en het was dat ik heel snel mijn bestelling kon plaatsen. Anders was ik stante pede op zo’n bed neergestort. In coma dan.
Ik bestelde een zogenaamd oplegmatras. Dat is – dit geheel terzijde – een goedmakertje voor mensen die de fout begaan een beeldschone maar betonharde bedbank te kopen.
Hoe de beddenverkoper eruitzag, weet ik niet meer. Wel herinner ik me zijn reusachtige vooroorlogse computer en vooral het bureautje: een verrijdbaar meubeltje van afgekloven multiplex.
Een week later werd er gebeld. Ik hoorde een gruizige, norse stem.
‘De oplegger is dur, wanneer kom je um halen?’
Ik wist even niet of het een man of een vrouw betrof.
‘En niet op maandag komen, want dan zijn we welverdiend dicht.’
Een vrouw. Zo’n vrouw die na 43 jaar zware shag klinkt als een vrachtwagen. Een vrouw met een snor.
‘Nou, wat doe je?’ klonk het afgemeten.
Ik zei dat ik de volgende dag zou langskomen.
Ik kon het computermeubeltje van de beddenverkoper in detail uittekenen. Ik zou de winkelgeur in een laboratorium kunnen namaken. En die stem… die zou ik overal uit pikken. Maar wat heb je aan zulke talenten als je de beddenwinkel niet terug kunt vinden?
Geen zak.
Na een urenlange zoektocht door verregende straten is het me gelukt. Ik slaap inmiddels lekker op m’n oplegger. Het is alleen wel jammer dat mijn hele huis meurt naar de Ambipur. Soms schrik ik ’s nachts wakker van de stank en meen ik dat de vrouw met de snor me in mijn oor blaft. Maar toen ik het matras ophaalde in de winkel, bleek ze een magere petite met een engelengezicht. Ze gaf me een zakje kerstkransjes cadeau. ‘Lekker voor bij de koffie.’
Over de datum, zag ik thuis. Net als zij.

LEES ALLE COLUMNS VAN MARLEEN

Of bezoek haar site en beleef een Vallei-Orgasme.