Fuckend konijn

Ik dacht dat ik naast een knappe middentwintiger woonde met regelmatige gelaatstrekken, een hip stoppelgebeuren en een laaghangende broek, maar nu weet ik: ik woon naast een fuckend konijn. Ja, mensen, ik ben opgevoed, maar ik kan het niet anders omschrijven: de jongen naait me de oren van het hoofd. Zijn bed staat zo geparkeerd dat het doorlopend – ik zeg: dóórlopend – tegen de muur van mijn woonkamer bonkt.
Toch kan het altijd erger. Ik paste laatst op de baby van vrienden. Heerlijk lui lag ik op de grote bank in hun appartement. De baby sliep en ik schonk me nog eens zo’n formidabel wijntje in.
Toen begon het dierlijke brullen. Het was een geluid dat niet kon voortkomen uit het lichaampje van een zes maanden oud wezentje, hier sprak een man. De benedenbuurman in… doodsnood? Nee. Woede, rampspoed? Ook niet. Het was diepe wanhoop, het was verdriet vanuit de tenen en het was verschrikkelijk. Voor de man. Maar óók voor mij. De baby sliep door alles heen, maar ik zat de rest van de avond op een houten keukenstoel. Met kippenvel op de wangen als het gekerm aanving. Tobbend over wat ik in vredesnaam kon doen. Moest ik beneden aanbellen? Troost bieden in de vorm van een mandje kersen, of misschien de halve fles voortreffelijke wijn aanreiken, die mij niet meer smaakte? De avond duurde, het geweeklaag hield aan en de vrienden leken nooit meer thuis te komen. Van de weeromstuit streek ik hun enorme berg verkreukeld wasgoed.
De volgende dag informeerde ik naar het gebrul. ‘Ach,’ zei de vriendin, ‘dat is zo tragisch. Buurvrouw kwam aan de deur om zich te verontschuldigen voor het gehuil van haar man. Zijn moeder is overleden.’
‘Goh,’ zei ik, ‘dan was dat vast een heel bijzonder mens.’
‘Nou,’ zei mijn vriendin, ‘dat was ze, want buurman huilt niet om haar heengaan, maar om het feit dat zijn moeder hem heeft onterfd.’=
Het heftige huilen was al ruim een week aan de gang en er leek geen einde aan te komen. ‘Maar,’ zei mijn vriendin, ‘ik heb besloten het te aanhoren met zachte oren.’
Dat was mooi gezegd. Ik zou daar misschien iets van kunnen leren. Ik moest anderen hun emotie wat meer gunnen. Mijn buurjongen, ach, hij mocht zijn gang gaan. Hij bonkte er maar op los.
Een uur later hoorde ik hem met zijn nieuwe verkering de trap op stommelen. Ik deed mijn best. Ik zette zachte oren op, haalde langzaam en bewust adem. Heel even ging het goed. Maar toen het fucken weer een aanvang nam, verloor ik mijn zelfbeheersing en gooide een stoel tegen de muur. Even was het stil. Toen begon het ritme opnieuw. En ik zal het me wel verbeeld hebben, maar ik meende dat het geluid gepaard ging met zacht, hysterisch gelach.

LEES ALLE COLUMNS VAN MARLEEN

Of bezoek haar site en beleef een Vallei-Orgasme.

Marleen is op vakantie. Je leest haar volgende column op 5 januari.