maa09/012012

robin

LXX drop the bomb

Vorige keer nam Robin een besluit. Ze belde de abortuskliniek en maakte een afspraak.

‘Je moet hem bellen,’ zegt Mees.
Het klinkt niet als een advies. Meer als een bevel.
Mees schrok toen ik vertelde dat ik zwanger was. Ik zag het, de eerste seconden stond er ongeloof in haar ogen. Daarna was ze enthousiast. Gemaakt. Ze feliciteerde me, maar herstelde zich snel toen ze aan mijn reactie zag dat ik er niet blij mee was.
Ze had het wel verwacht: Robin en zwanger. Het moest er ooit een keer van komen: ‘de manier waarop jij met anticonceptie omgaat, niet dus, kan natuurlijk niet eeuwig goed blijven gaan’.
‘En dan?’ vraag ik. ‘Wat heeft dat nou voor zin?’
‘En dan?’ vraagt Mees stompzinnig, ‘dan weet hij dat je zwanger van hem bent en kan hij ermee doen wat hij wil. Je krijgt er spijt van als het weg laat halen zonder het ooit tegen hem te zeggen. Het is ook zijn kind.’
‘Luister Mees’, zeg ik hard, ‘het is nog geen kind. Het is een klompje cellen zonder hartslag. Laten we het nou geen kind gaan noemen.’
‘Wat jij wil. Als dat de manier is om het simpel te houden zodat je het weg kan laten halen zonder schuldgevoel, dan noemen we het een klompje cellen.’
Dat is Mees. To the point. Té to the point misschien. Maar wel mijn geweten. Ze zegt waar het op staat. Al jaren. Als ik ergens voor wegloop of mezelf verlies in dromen, dan is zij degene die het licht aandoet.
Het is even stil. Ze draait met een zilveren theelepeltje tussen haar rechter duim- en middelvinger en kijkt voor zich uit.
‘Ik ben ook weleens zwanger geweest.’
‘Wat? Jij? Dat heb je me nooit verteld,’ zeg ik verbaasd.
‘Klopt. En daar heb ik ook spijt van.’
‘Wanneer is het gebeurd?’
‘Een paar jaar geleden. Van Ivo.’
‘Waarom heb je niets gezegd?’
‘Omdat ik het niet wilde laten bestaan. Ik dacht: als ik niets zeg, dan is het er niet en dat is gemakkelijker. Ik wilde het doen zonder de mening van anderen. Ik wilde mijn eigen gevoel volgen zonder op zijpaden te worden gestuurd.’
‘Nou… ongelofelijk. Ik ben met stomheid geslagen. Je vertelt me altijd alles. Je weet toch dat je alles kan zeggen.’
‘Ja, maar op dat moment had ik het idee: dit doe ik alleen. En dat heb ik gedaan.’
‘En daar heb je nu spijt van?’
‘Nee,’ ze herstelt zich, ‘of ja, nou ja, ik kan er nu niets meer aan veranderen, maar ja dus. Ik kan je vertellen: zoiets in je eentje beslissen is zwaar. Ik heb het toentertijd ook niemand verteld.’
‘Zelfs niet tegen Ivo?’
‘Nee.’
‘Hoe oud was het dan?’
‘Een paar weken maar. Het was geen heftige ingreep ofzo. Maar nadat ik de pillen had genomen voelde ik me rot. En ik heb me heel lang rot gevoeld. Omdat ik op dat moment dacht dat weghalen me beter uitkwam. Een baby, het paste gewoon niet. Ik had geen zekerheid. Ivo had geen zekerheid. Het zou alles kapotmaken. Of in ieder geval compliceren.’
‘Maar heb je er spijt van?’
‘Als ik het anders kon doen dan had ik dat gedaan. Dan had ik overlegd met Ivo.’
‘Hij weet dit nu nog steeds niet?’
‘Jawel, ik heb het hem naderhand verteld. Ik kon het niet me voor me houden. Dat is ook de reden dat het uit is. Hij voelde zich zo…’ ze zoekt even naar woorden, ‘zo… ontzettend buitenspel gezet.’
Ik word misselijk. Dat is alweer even geleden. Het ligt niet aan de thee. En ook niet aan de chocoladekoekjes.
‘Heb je even? Dan spuug ik je hele wc vol, denk ik,’ en ik ren naar het toilet.
‘Gaat het?’ vraagt Mees en ze wrijft over mijn rug. ‘Moet ik je haar vasthouden?’
‘Nee het gaat wel. Heb je kauwgom?’
Ze reikt me een kauwgompje aan uit haar tas. Als ik het wil aanpakken pakt ze mijn arm en trekt me naar zich toe: ‘Kom hier. Het komt goed.’
‘Wat moet ik nou,’ jank ik. ‘Ik wil verdomme geen baby. Ik wil hem. Maar niet op deze manier. Ik wil dat hij mij wil, niet omdat ik toevallig zijn klompje cellen in mijn buik heb zitten.’
‘Je moet hem niet meer willen,’ fluistert Mees, ‘luister, als hij jou ook had gewild, dan had hij je nu wel staan troosten. Hij wil jou niet Robin. Punt. Klaar. Over en uit. Besef dat nou eens. Laat hem los. Ga verder met je leven. Je hebt nog een obstakel te overwinnen en dat is een besluit nemen. Wat je ook beslist, je moet hem wil inlichten. Je krijgt eeuwig spijt als je het niet doet. Kijk maar naar mij. Drop the bomb, licht hem in en ga dan verder.’
‘Ik heb al besloten wat ik wil. De afspraak staat voor vrijdag.’
‘Goed. Dan bel je hem nu om te zeggen wat er aan de hand is.’
‘Nee hoor, ik ga niet bellen,’ zeg ik en veeg mijn neus af aan mijn mouw, ‘ik stuur wel een mail.’
‘Goed, dan help ik je. En vrijdag ga ik met je mee.’

Lees de volgende aflevering

LEES ALLE COLUMNS VAN ROBIN

 

Reageer

Reacties (3)

  1. Janneke | 13/01/12 | 18:13

    "dan is zei degene die het licht aandoet." Foei.

  2. carina welbergen | 10/01/12 | 15:49

    kijk, dat is vriendschap!

  3. Nous | 09/01/12 | 23:24

    Jeetje.....

Reageer