maa31/102011

robin

LVX Fase 2: woede

Vorige keer deed Robin alsof er helemaal niets aan de hand was. Ze heeft geen last van liefdesverdriet. ‘Nee hoor, het gaat hartstikke goed met me.’

De wekker gaat. Te hard. Te vroeg. Ik geef er een klap op en draai me nog een keer om. Het nachtkastje wankelt op het parket. Mijn slapen bonken. Ik draai me weer om en graai een Ibuprofen van het nachtkastje. Ik slik hem door. Zonder water. Langzaam voel ik hem zakken. In het holletje van mijn keel, ter hoogte van mijn strottenhoofd blijft hij hangen. Ik slik nog een keer. En nog een keer. Tevergeefs.
Ik ga rechtop zitten en piek met mijn wijsvinger tegen mijn keel terwijl ik slik. Steeds harder. Het pieken lijkt door te klinken tot in mijn lege maag. Het helpt niet. Het pilletje zit muurvast.
Ik knip het lampje aan. Tuur langs mijn bed en vind een glas water op de grond. Het staat er al drie dagen. Gelukkig is nog niet alles verdampt. Ik neem twee slokken, knip het lampje uit en trek het dekbed weer over me heen.
Ik doe mijn ogen dicht. Flarden van gisteravond trekken langs mijn netvlies. Mees. De kroeg. De hoofdpijnwijn. Ik hoor Mees nog roepen ‘we verzuipen hem’ terwijl ze haar glas te hard tegen dat van mij aan stoot.
Wijn over mijn shirt.
Ik slaap net niet als de wekker weer gaat. Ik geef er een keiharde klap op en stap met mijn verkeerde been uit bed. Ik maak een kuiltje van mijn hand en ruik mijn adem. Kotsmisselijk word ik ervan.
Met kracht ruk ik de gordijnen open. De metalen ringen krassen op de roede. De zon vult mijn slaapkamer. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes.
Klote zon.
Klote kamer.
Ik trek de deur van de koelkast open. Geen yoghurt. Geen eieren. Alleen een half uitgeknepen tube mayonaise, roomboter, wat potjes ansjovis en kappers. Ik kijk in de broodtrommel. Ik laat het deksel er weer op vallen en trap de koelkast dicht.
Ik snif aan mijn kleren van gisterenavond die over de badrand liggen. Zure wijnlucht. Rook voert de boventoon. Ik gooi alles in de wasmachine, prop er nog wat handdoeken bij, ruk de lade open en schiet uit met het wasmiddel. Zo hard als ik kan duw ik de lade terug. De klap van kunststof tegen kunststof galmt na. Ik trek de lade van de wasmachine weer open, strek mijn arm uit en geef er een klap op alsof ik een tennisbal met mijn blote handen sla. Hij knalt weer dicht. Het scherpe geluid galmt. Het doet pijn aan de muis van mijn hand. Ik krijg er een adrenalinestoot van en doe het nog een keer. Mijn kiezen op elkaar. En nog een keer. Mijn badjas waait open. En nog een keer. ‘Hij kan kapot’ moedig ik mezelf aan. Ik lijk wel in trance en trek de lade nog een keer open. Ik zwiep mijn hand naar achteren. Veel te ver. Ik klap met mijn vingertoppen tegen de rand van de wastafel aan.
Ik spring. En dans. En vloek. En stamp. Ik pak mijn pijnlijke vingers vast en knijp erin. In pers ze voorovergebukt fijn tussen mijn bovenbenen en bijt op mijn wang. De tranen staan in mijn ogen. Maar ik huil niet. Ik bijt harder op mijn wang. Nee, huilen doe ik niet.
Ik sla mijn vingers uit, alsof dat helpt tegen de pijn en trek met mijn linkerhand mijn shirt en mijn boxer uit. Ik leun voorover. Dicht op de badkamerspiegel. Het resultaat van een nacht vol zelfdestructie kijkt terug. Mascara tot onder mijn wallen. Opgedroogd kwijl naast mijn mondhoeken. Mijn haar is een grote klit.
Ik doe een stap naar achteren en pak met mijn linkerhand het vet op mijn heupen vast. Die rol wordt steeds minder groot. Ik zet mijn nagels erin en knijp door. Het doet pijn aan mijn vel. Het voelt goed. Ik weet niet wat op dit moment meer pijn doet: mijn vingers of het vel op mijn heup? Ik knijp nog iets harder, bijt op mijn tanden en huil in elk geval niet.
Ik stap onder de douche en doe mijn ogen dicht. Ik hoor mezelf tegen Mees zeggen ‘wil hij me niet, dan zullen we wel eens zien wie me wel wil’.
Ik voel weer hoe ik een grote slok uit het volle glas neem. Ik ruik de wijn weer en word er misselijk van.
Het water stroomt in een dikke straal van mijn haar af. Ik voel hoe de man in de kroeg met zijn handen door mijn haren gaat. Tussen mijn schouderbladen met zijn vingers langs mijn ruggengraat. Ik proef zijn tong. Een dikke, moeilijke lap die smaakt naar sigarettenrook.
Ik pak mijn tandenborstel van de wastafel en probeer zijn naam te herinneren. Lars? Lennard? Luuk?
Ik poets mijn tanden. Met mijn linkerhand. Met kracht. Veel te hard. Ik schiet uit. Het puntje van de borstel raakt de binnenkant van mijn wang. Een pijnscheut trekt door mijn kaak. Ik laat de tandenborstel vallen en sla met mijn linkerhand tegen de tegels. Ik stamp met mijn voeten in de douche. Ik tier en schreeuw en vloek en jammer met mijn mond vol tandpasta. Ik weet niet wat meer pijn doet: mijn wang of mijn linkerhand. Maar ik huil in ieder geval niet.
Ik voel dat ik moet overgeven en laat me tegen de wand van de douche naar beneden zakken. Ik omvouw mijn knieën met mijn handen en laat mijn hoofd vooroverhangen. Het water klettert in mijn nek. Eindelijk komen de tranen. Jammerende, zure tranen. Ze mengen zich met het douchewater.
Alles doet pijn. Mijn hoofd. Mijn vingers. Mijn vel. Mijn wang. Mijn hand. Maar het staat in schril contrast tot de pijn in mijn hart.

LEES MEER COLUMNS VAN ROBIN

Reageer

Reacties (7)

  1. Laura | 07/11/11 | 20:55

    Pff, fase 2 all over hier! Bah.. :(

  2. Stephanie | 01/11/11 | 18:45

    Zo herkenbaar. Zo mooi verteld.

  3. Anniehoujijmetassieffvast. | 01/11/11 | 13:45

    Recpect.

  4. Sam | 01/11/11 | 12:41

    Pfffff

  5. Ike | 01/11/11 | 06:26

    Beterschap! Wat zielig! Ga nog even door! Als het jouw tijd is staat daar die leuke mooie man voor jouw!:)

  6. anoniem | 31/10/11 | 19:56

    Ik heb alle fases gehad en echt het gaat weer over. Godzijdank want het gevoel is verschrikkelijk en verdient niemand! Nog even doorzetten Robin die leuke man komt ECHT!

  7. Pascale | 31/10/11 | 19:38

    Hm ik zit ook in fase 2, hopelijk zit ik volgende week ook in fase 3, wat dat dan ook voor fase is!

Reageer