maa25/072011

robin

LI. ik mis je

Net als ze terug is van vakantie krijgt Robin een mail, een sms en een pakketje van De Amerikaan. Daar gaan we weer…

De badkamervloer ligt vol met vieze kleren. Een hoopje wit. Een berg zwart. De gekleurde was draait op volle toeren in de machine. Ondanks dat ik voor mijn vakantie alle prullenbakken heb geleegd, de lakens van het bed heb gehaald en de wasmand zo goed als leeg heb gewassen, ruikt mijn huis muf. Het is gewoon gestikt met de ramen dicht. Ik gooi ze open en zet de balkondeur op een kier. Een dode vlieg die op de vensterbank ligt, naast de orchidee die mijn drieweekse vakantie ook niet heeft overleefd, waait op de grond. Ik schuif hem op een papiertje en gooi het dode beestje in de prullenbak.
In plaats van mijn voorgenomen plan uit te voeren: foto’s meteen op mijn laptop zetten en boodschappen doen, lig ik alweer languit op de bank. De DVD New York I Love You zit in de speler, maar ik kan me niet concentreren op het cadeau dat de Amerikaan me heeft gestuurd. Waarom doet hij dit nu weer? Het was net zo lekker rustig. Waarom kiest hij ervoor mijn hoofd alweer op hol te brengen? En waarom kan ik me er niet tegen verzetten?
Het eerste kwartier van de film gaat voorbij. Ik kijk, maar de beelden komen niet binnen.
Dan zet ik mijn laptop op schoot.
Ik surf naar Gmail. Links in het scherm bij de chatfunctie meld ik me aan om te chatten. Er verschijnt een groen cameraatje voor mijn naam. Het teken dat ik beschikbaar ben voor videochat. Dan typ ik bij het zoekvenster de naam van de Amerikaan in. Ik zie zijn foto verschijnen. Er staat een vink bij de functie ‘blokkeer’.
Ik twijfel even.
Dan zet ik de vink uit.
Het duurt een paar seconden voordat hij in de chatlijst verschijnt.
Hij is niet online.
Maar mocht hij online komen, dan wil ik niet dat hij ziet dat ik wel online ben, dus ik blokkeer hem weer en ga vervolgens offline.
Hoewel ik het, toen hij eindelijk in Nederland was, heb weggemoffeld, weet ik wel beter: hij heeft een vriendin. Daarom heb ik hem ook minder leuk gemaakt dan hij is, uit zelfbescherming. Ik heb het contact verbroken en ben op vakantie gegaan om daarna, nu dus, mijn normale leven op te pakken. Ik ben beter af zonder hem, als veilige factor aan de andere kant van de wereld. Hij die er altijd is. Die altijd lacht. Die altijd om aandacht vraagt en me er minstens zoveel voor terug geeft. Zo iemand moet ik hier tegenkomen, gewoon in Amsterdam. In plaats van me vastklampen aan iemand die ver weg zit.
Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan. Iets wat onmogelijk lijkt, smaakt gewoon lekkerder, geeft een grotere kick.
Ik ga weer online en zet de blokkeer-vink bij zijn naam weer uit. Hij is nog steeds niet aanwezig. Ik ga weer offline en blokkeer hem.
Dit doe ik, terwijl ik met een half oog naar de film kijk en tegelijkertijd mijn Brazilië foto’s rangschik, nog zo’n vijf keer. Ik schaam me. Voor de obsessieve dwang die erachter zit. Dit doen hysterische wijven. Ik niet. Toch?
Dan wordt de eindtune van de film gestart. Ik herken het liedje meteen. De Amerikaan had er in zijn laatste mail een Youtube-clipje van bij gedaan.
Ik waag nog een laatste poging en dan is het klaar. Dan ga ik boodschappen doen, zeg ik in gedachten tegen mezelf.
Ik ga alweer online. En haal weer de blokkeer-vink weg. Ik ga er vanuit dat hij er nog steeds niet is en schrik me dood als ik het groene bolletje voor zijn naam zie staan.
‘Hoi,’ zegt hij sneller dan het licht.
Nee. Ik wilde net weer offline gaan. Wat moet ik zeggen?
‘Hoe gaat het? Waar was je al die tijd?’ vraagt hij.
Hoe lang hebben we elkaar al niet gesproken? Vijf weken misschien?
‘Hé hoe gaat ie? Das lang gelee,’ zeg ik luchtig. ‘Ik was op vakantie. Drie weken Brazilië. Net terug.’
‘Joh wat leuk!’ zegt hij, ‘ik heb vorige week ook een ticket geboekt.’
‘Lekker. Waar naartoe?’ vraag ik.
‘Naar Nederland. Ik mis het daar.’
Er springen blossen op mijn wangen en ik heb het ineens bloedheet.
‘Ik ga drie weken lang vakantie vieren. Vrienden opzoeken. Mijn ouders zien. Naar jouw verhalen over Brazilië luisteren… Ik mis je.’
Er komt een energie vrij die ik al zeker vijf weken niet meer gevoeld heb. Van het ene op het andere moment ziet mijn leven er heel anders uit.
‘Wat leuk. Wanneer kom je?’ vraag ik koeltjes.
Wat is dat toch lekker van chatten: hij ziet mijn blossen niet en hij merkt niet dat ik zenuwachtig ben. Heerlijk.
‘Pas over drie maanden,’ typt hij terug.
De moed zakt in mijn schoenen. Drie maanden. Dat is een eeuwigheid. Zo lang kan ik niet wachten.
‘Ik zal de verhalen over Brazilië voor je in de koelkast bewaren.’
‘Grapje,’ typt hij terug. ‘Ik ben er volgende week al. Kan niet wachten om je te zien.’
Ik spring op van de bank. Het is maar goed dat hij dat ook niet ziet.

Lees de volgende aflevering: LII ‘Knikkende knieën’

LEES MEER COLUMNS VAN ROBIN

Reageer

Reacties (3)

  1. Eveline | 26/07/11 | 18:02

    Wanneer zou ze weer iets van Tom horen?

  2. Hassankhan | 26/07/11 | 08:20

    Prachtig!:) Ik ben nieuwsgierig naar volgende wk!:)

  3. Pauline | 25/07/11 | 19:19

    Yes! Kan niet wachten op volgende week :-)

Reageer