woe23/022011

sidney

2. buffelen

‘Wat dan?’

Mijn redacteur en ik zitten tegenover elkaar, de lunchkaarten in onze handen. Ze draagt een lichtgrijs colbertje. Ik kijk van haar naar de kringels in mijn manuscript.

‘Nou,’ begin ik voorzichtig, ‘ik ben het met pak ‘m beet 86% van je kritiek eens, maar dat stukje over die onverzonden rouwkaarten bijvoorbeeld, die… die heb ik nodig voor mijn sfeer. Het beweegt inderdaad niet direct de plot voort. Misschien. Waarschijnlijk. Maar die wil ik niet kwijt.’
Het is eruit.

Ze pakt mijn manuscript over. We bespreken de sterke en zwakke kanten van de bewuste passage. Als dit een film was, zouden mijn geschreven zinnen weerspiegelen in haar brilglazen.

Een klein jaar geleden zat ik bij uitgever X op de koffie. Het was een goed gesprek, al drink ik geen koffie. Dezelfde week stond ik op een borrel en ontmoette ik een redacteur van Uitgeverij Y. Toen ik hem over mijn koffieafspraak bij uitgever X vertelde, begon hij humeurig te kijken.
‘Heb je al getekend?’ vroeg hij. ‘Heb je al getekend?’
‘Nou, nee, ik–’
‘Mag ik je verhaal misschien lezen?’
‘Eh… Ja?’

Een week later dronk ik bij uitgever Y geen koffie maar thee. Ik kreeg meerdere boeken cadeau en weer een contract om mijn debuutroman te gaan schrijven. Voor mijn zelfvertrouwen deed het wonderen, zou je denken. Niet dus. Het deed me twijfelen. Ten eerste had ik jarenlang bijna al mijn energie in film gestoken. Was dat allemaal voor niets geweest? Had ik dat schrijven, wat ik er een beetje bij deed, moeten doen? Ten tweede was ik totaal niet bekend met de schrijverswereld. Na beide koffie-afspraken had ik over beide uitgevers ongeveer hetzelfde, ambivalente gevoel. Ik kon niet beslissen welke de juiste was.

‘De waldkornbol met zalm, kappertjes en rode ui, graag.’
‘Mag ik de ciabatta? Met mozarella en pesto?’

Mijn redacteur en ik bespreken haar kringels, de haken, de vraagtekens. Ze verduidelijkt, we bediscussiëren sommige opmerkingen. Zo gaat dat dus. Op sommige pagina’s heeft ze slechts één woord geschreven: “inkorten”. Dat ene woord staat voor minstens een dag herschrijven. Dat betekent lang puzzelen over wat “inkorten” precies betekent op die specifieke pagina, puzzelen over wat er weg kan. Woorden wegen. Ik vertel haar dat het me moeilijk lijkt. Inkorten.

‘Maak je geen zorgen,’ zegt ze, ‘je merkt vanzelf wat er ingekort moet worden. Mijn aandacht verslapte daar tijdens het lezen. Kijk er in ieder geval nog eens naar. Maar Sid, ik weet ook niet alles, hè? Dat mooie bovenarm-wrijf-knijp-ritueel bijvoorbeeld, had ik dat echt onderstreept?’

Dat stelt me gerust, dat zij het ook niet allemaal zeker weet. Natuurlijk niet, trouwens. Da’s logisch.

De serveerster zet glimlachend onze lunch neer. We eten. Na een uur komt de rekening, zij pakt hem aan.
‘Nee, Sid, de uitgever betaalt. Wen daar maar aan.’

Met een grote grijns lopen we naar buiten. We nemen afscheid. Nog eenmaal steekt ze een hart onder mijn riem: ‘Veel plezier de komende maanden. Je kan het. Wij bieden niet zomaar een contract aan.’

Inderdaad. In tegenstelling tot bij uitgever X en Y ging dat niet zomaar.
Bij Podium moest ik ervoor buffelen.
En hoe.

Woensdag 9 maart lees je het vervolg.

LEES AFL. 1 ‘DE SERVEERSTER’

Reageer

Reacties (3)

  1. Sidney. | 09/03/11 | 23:15

    @roos: tsja..snap ik. vinnik niet chique. @Lies: dank u!

  2. Roos | 24/02/11 | 16:54

    Was leuker geweest om te weten wie X en Y zijn?

  3. Lies | 23/02/11 | 16:38

    sexy man hoor me likey!

Reageer