maa07/022011

robin

XXXIII tom laat van zich horen

Robin wil De Amerikaan allemaal vragen stellen. Maar krijgt daar de kans niet voor.

‘Zoek een kamer.’
Ik hoor het een man zeggen. Expres luid zodat wij het horen. Hij is met een vrouw blijkbaar, want zij antwoordt sissend: ‘Ach Gerard laat gaan. Zo zijn wij ook begonnen.’
Ik ben meteen wakker. En weer bij mijn verstand.
‘Onthoud een ding Robin: zoenen en roken doe je binnenskamers. Nooit op straat. Je bent toch geen straatmeid? Nou dan.’
Ik hoor het mijn moeder nog zeggen toen ik een jaar of zestien was en ze me uitzwaaide als ik keurig gekleed naar schoolfeestjes vertrok. Om vervolgens op de hoek mijn korte rokje onder mijn jas vandaan te halen en te verwisselen voor die propere spijkerbroek.
Maar ik voel me gevrijwaard in dit geval. Ik kan zoenen op straat zonder een straatmeid te zijn. Ik ben tenslotte de uitzondering. Mag het even, ik heb hier maanden op gewacht. Bovendien kunnen De Amerikaan en ik het zo goed, dat ik aan stoppen geen seconde heb gedacht. En alle vragen die ik voor hem in petto had, die heb ik uitgesteld tot morgen.
‘Ach man, je bent gewoon jaloers,’ zegt De Amerikaan net niet hard genoeg terug.
Gelukkig maar, want Gerard zwalkt een beetje. En alleen al aan zijn achterkant te zien is hij geen lieverdje. Of misschien wel lief. Maar te log en sterk om tegen je in het harnas te jagen.
‘Sssst, niet doen hoor.’ En ik por hem in zijn zij. ‘Gerard verbouwt zonder pardon je bek waarvoor je zo lang hebt gebeugeld. Je bent in Amsterdam nu, niet de Upper East Side hè.’
‘Joh maak je niet druk,’ lacht De Amerikaan. ‘Ik doe wat ik wil. Let maar op. Als ik wil zingen dan doe ik dat ook.’
Hij kijkt er heel baldadig bij en zet in met een hand dramatisch naar de hemel geheven.
‘New York, New York.’ Hij zingt met lange uithalen alsof hij Sinatra zelf is. Mijn tenen krommen. Mensen kijken om.
‘Jij wordt me iets te baldadig hier op dat bankje. We gaan.’
‘Waarheen? Naar je huis?’
‘Nou, nou. Jij laat er geen gras over groeien he?’
Hij pakt mijn hand en trekt me omhoog.
‘Nee, we gaan niet naar mijn huis,’ zeg ik. ‘Het is nog veel te vroeg en ik weet een leuke jazz tent.’
Als we die richting op lopen haal ik onopvallend mijn telefoon uit mijn zak. Vier gemiste oproepen en een sms.
Vanochtend liep ik terug naar huis met gemengde gevoelens. Blij om De Amerikaan eindelijk te zien. Maar schuldig omdat ik Tom verbijsterd had achtergelaten. Ik had precies bedacht wat ik ging zeggen. Toen ik al sorry roepend de voordeur opende waren zijn schoenen die in de hal hadden gestaan, verdwenen. De bank was leeg. De badkamer ook. Hij zat niet op mijn bed. Op het aanrecht lag een briefje.
‘Robin, wat mankeerde jou ineens? Kreeg je de kolder in je kop? Laat maar. Ik wil het eigenlijk ook niet weten. Ik vond het heel leuk met je, maar ik geloof niet dat ik zulke buien aankan. Tom.’
Er stond een vette streep onder zijn naam. Waarschijnlijk onbewust om aan te strepen dat hij een streep zette achter ons avontuur. Duidelijk. Ik begreep het wel. En stiekem was ik opgelucht dat ik hem niet hoefde uit te leggen waarom ik ‘m zo hals over kop was gevlogen.
Maar uit zijn sms blijkt dat zijn nieuwsgierigheid het heeft gewonnen van de angst voor mijn ‘buien’.
Er staat: ‘Robin ik wil met je praten. Over vanochtend. Bel me even terug.’

-Lees afl. XXXVI ‘Voicemail’

Reageer

Reacties (5)

  1. pfff | 08/02/11 | 10:28

    ai ai ..... trouble...... En nu weer een lange week wachten.....

  2. saskia | 08/02/11 | 07:41

    oei oei oei,op de knie hahahaha.we lezen het volgende week weer.......kan dit niet twee x in de week komen?????

  3. Deborah | 07/02/11 | 23:10

    Pff weer een week wachten! Ben er zo doorheen gelezen! Spannend!!

  4. Marloes | 07/02/11 | 21:38

    Waaaarom duurt een week zo lang? (;

  5. stephanie | 07/02/11 | 21:33

    Waarom is het altijd alles of niets bij mannen... Hollen of stilstaan! Maar een backu-p is nooit verkeerd ;)

Reageer