maa17/012011

robin

XXX de omhelzing

Robin besluit De Amerikaan achterna te gaan. Met blote benen in Uggs. Tom laat ze achter, zonder iets te zeggen.

Mijn lijf is van de zaterdagochtend-relax-stand in een paar seconden geaccelereerd naar de vijfde versnelling. Ik vlieg over de straat. Mijn voeten lijken de grond niet te raken. Ik denk niet na over waar ik De Amerikaan zal treffen. Of in welke staat. Het enige dat er in mijn hoofd omgaat zijn mijn passen, die ik tel.
Als ik nu mijn armen naar achteren zou steken, verlies ik mijn wapperende jas, dus ik houd mijn mouwen stevig aan de uiteinden vast. Warm gestookt door de adrenaline en opwinding voel ik de ijskou niet. En hoe harder ik ren, hoe meer miezerdruppels ik lijk op te vangen. Duizenden minuscule druppeltjes. Als een spray op mijn gezicht.
‘Robin!!!’ hoor ik ver achter me roepen. ‘Waar ga je in godsnaam naartoe?’
Het is Tom. Hij hangt, net zoals ik altijd doe bij het horen van een geluid dat niet vanzelfsprekend is voor mijn straatje, uit het raam. Hij leert snel. Verbijsterd klinkt het. Ik voel me schuldig. Een heel klein beetje. Maar ik kijk niet om. In plaats daarvan zet ik nog een tandje bij.
‘Ik leef,’ gaat er telkens door mijn hoofd. ‘Ik leef,’ zeg ik nu hardop. ‘Dit is geen film. Ik leef.’ De woorden waaien weg. Diepe teugen adem zuig ik in me op. Nog maar twintig meter tot het einde.
Als ik de hoek om ben minder ik vaart. Ik kijk om me heen. De Amerikaan is nergens te zien. Ik zie mensen naar me kijken, maar ik negeer hun blikken. Koortsachtig zoek ik naar die donkere jas met de rechte schouders erin.
Even stop ik. Buiten adem. Steunend met mijn handen op mijn blote knieën. Het duurt minder dan een seconde. Maar ineens zie ik mezelf uit het perspectief van een voorbijganger. Verwaaid haar. Knalrood hoofd. Halfgeklede verwildering op Uggs. Als dit het clichématige ‘je hart volgen’ is, waar iedereen het altijd over heeft, had ik het me charmanter voorgesteld. Het is even niet anders. Het doel heiligt de middelen.
Snel rits ik mijn jas dicht en ren verder. Langs de groenteman. De elektriciteitskast waar rijendik de fietsen tegenaan zijn gekwakt. De kralenwinkel en het bordes met de nepbloemen. Ik zigzag tussen mensen door die nietsvermoedend hun zaterdagochtendboodschappen doen. Ik voel hun hoofden omdraaien. Misschien kijken ze zelfs wel of er een camera in de buurt is.
En dan zie ik hem. De blauwe jas. Hij gaat niet zo snel. Het lijkt wel of hij aarzelt. Maar dat kan ik me ook verbeelden. Omdat ik wil dat hij aarzelt. Omdat ik wil denken dat hij twijfelt of hij niet nog een keertje zal teruglopen om bij me aan te bellen.
Ik hou in. Ik kan nu nog terug. Weglopen alsof ik deze wanhoopsdaad nooit heb begaan. Naast Tom op mijn eigen bank gaan zitten. Het plotselinge wegrennen afdoen als een moment van verstandsverbijstering. De resten van mijn croissantje opeten. Mijn iPod in de dock doen, Amy Winehouse opzetten en dan oefenen op baby’s maken. Oud worden met.
In plaats daarvan loop ik vastberaden naar de Amerikaan toe tot ik vlak achter hem ben. Ik leg met ingehouden adem mijn hand op zijn schouder. En knijp er zachtjes in. Net voelbaar. Hij stopt abrupt met lopen en draait zich om. Ik kijk in de groene ogen die ik al zo vaak op duizenden kilometers afstand, via mijn computerscherm heb gezien. Ze zijn groot en zigzaggen over mijn gezicht. Er zitten vlekjes in de rechter. Zijn wimpers zijn langer dan ik dacht.
“Robin?”
Ik trek mijn schouders op. Mijn handpalmen wijzen naar de lucht. Mijn borstkas gaat heftig op en neer. Mijn wenkbrauwen omhoog. Zo van: ‘Ja, kijk mij nou. Ik kan er ook niets aan doen.’
“Robin!” zegt hij. En dan: “Jeetje…”
“Ja. Dat ben ik,” zeg ik lachend. “Sorry dat ik zo laat ben hoor,” vervolg ik overdreven hijgend, “maar ik moest mijn moeder nog uit bad halen.” Hij komt ineens in me op, de sketch van Marit van Bohemen, jaren geleden in de notenkaas reclame. Geen idee eigenlijk of De Amerikaan het kent.
Hij moet lachen. En hard ook. Gelukkig. Het is de lach die ik ken. Als ik een grap vertelde die echt leuk was, dan liet hij zich altijd overdreven hard lachend achterover in zijn bureaustoel vallen. Het is nu precies hetzelfde. Die brede grijns en het bulderende, lage geluid.
Dan kijk ik naar de neuzen van mijn Uggs. Ze staan licht naar binnen. De stand van een onhandig kind. Nu pas voel ik de snijdende kou langs mijn benen.
De Amerikaan heft met zijn wijsvinger mijn kin een stukje op: “Hé, kijk me eens aan.” Ik voel me piepklein. “Jezus, wat goed om je te zien.” Hij meent het.
“Het is ijskoud. Kom hier.” Hij pakt mijn hand vast en trekt me naar zich toe. Dan doet hij zijn jas open en omarmt me ermee. Zijn neus begraaft hij in mijn haar. De adem die hij uitblaast verwarmt mijn linkeroor. Ik weet niet waar ik mijn handen moet laten en frummel aan de lussen van zijn broek. Zijn wollen kraag kriebelt tegen mijn kin. Ik snif aan de stof. Die ruikt alsof de jas vier dagen nat in de machine heeft gelegen. Naar muffe, natte herdershond. Het boeit me weinig. Ik geef de regen de schuld en sluit mijn ogen.

LEES WAT HIERAAN VOORAFGING

Reageer

Reacties (8)

  1. Juul | 02/05/12 | 21:37

    waaaaahaaaaaa LOVE THIS!!!!

  2. Priscilla | 19/01/11 | 16:57

    Bridget Jones is een zeekoe die vooral een probleem met zichzelf heeft. In Robin zie ik een woest aantrekkelijke vrouw, die alle mannen aan haar voeten heeft. Wat mij betreft geen vergelijking. Zo.

  3. Corneel | 19/01/11 | 09:58

    Sorry hoor, maar Bridget Jones is lang niet zo leuk geschreven als deze columns. Je vraagt je hier af of het echt gebeurd is, zo meeslepend. Als man lees ik dit zelfs graag, kun je nagaan...

  4. claudia | 18/01/11 | 23:06

    bridget jones maar wel leuk..

  5. saskia | 18/01/11 | 07:54

    Dat is precies wat ik dacht....Bridget Jones!!!!!!!

  6. Nous | 17/01/11 | 22:32

    NIET!

  7. Laura | 17/01/11 | 19:30

    Heerlijke column, maar krijg toch ook wel wat Bridget Jones flashback's de keer....!

  8. Tiny | 17/01/11 | 19:22

    More, more, more!!

Reageer