maa16/082010
robin
xii liedje zingen
Vorige week stuurde De Amerikaan een romantisch cadeautje omdat hij Robin precies drie maanden kende.
Als De Amerikaan me tussen neus en lippen door vertelt dat hij gitaar speelt en een aardig nootje zingt raak ik stilletjes zwaar gefascineerd. Zou hij weten dat ik al mijn hele leven op zoek ben naar ‘de man met de gitaar’. De nonchalante tokkelaar die bij een kampvuurtje de liefde met zijn instrument bedrijft. Die vraagt: wat wil je horen meisje en vervolgens jouw lievelingslied uit zijn mond laat stromen op klanken die de lucht doen trillen. De man met zijn gitaar, die gestript tot de kern, nog beter klinkt dan het origineel. De man die met zijn zwoele stem je nekhaartjes doet trillen, die je tot verlangens drijft waarvan je niet wist dat je ze had. Op een strand. ’s Nachts in de kou. Met schurend zand tussen je billen.
In plaats dat ik reageer zoals ik me voel: diep onder de indruk, zeg ik met mijn grote mond: ‘Nou wat leuk! Ik zing ook wel eens.’ Dat het badkamergeschal en aangeschoten karaoke betreft laat ik natuurlijk achterwege.
‘Speciaal verzoek?’ vraagt hij.
Krijg nou wat. Volgens mij heb ik hem te pakken: de man met de gitaar.
‘Kane met No Surrender,’ stuur ik terug.
‘Goeie keus,’ zegt hij. ‘Hij heeft dat liedje toch ook samen met Carice van Houten gedaan?’
‘Klopt, een tijd geleden om geld op te halen voor het goede doel.’
‘Ik kijk even hoe die akkoorden precies zitten en neem het op met mijn telefoon. Ik doe alleen zijn stem. Dan stuur ik het naar jou, zodat jij Carice haar deel kan zingen. En dan stuur jij het weer naar mij terug.’
Pardon? Dat was de bedoeling niet.
‘Deal?’ vraagt hij om zijn plan te bezegelen.
‘Nee joh, zing jij hem lekker in je eentje,’ probeer ik.
‘Ik dacht het niet. Nu wil ik je horen ook.’
Een kwartier later heb ik een mail met bijlage. Mijn hart klopt in mijn keel. Het duurt even voordat de memo is geladen. Ondertussen voel ik plaatsvervangende schaamte opkomen. Wat als hij er niks van bakt?
Ik druk op het pijltje en zodra de lijn begint te lopen hoor ik hem zijn keel schrapen. Oh God, hij meent het echt. Niet snel daarna vangt hij aan. De eerste akkoorden klinken prima. Gitaarspelen kan hij in elk geval. Ik hoor dat het intro bijna op zijn einde loopt en zet me schrap: mijn ogen dicht en kaken op elkaar. Voor ik het weet heeft hij het eerste couplet gezongen. Viel hartstikke mee. Beetje onzeker af en toe. Maar lekker geluid. Ik kan opgelucht ademhalen. Hij heeft niets te veel gezegd.
Ineens overspoelt me een gevoel van nonchalance. Wat maakt het uit? Dit kan ik best. En als ik vals ga, wat dan nog? Daarbij: welke vrienden kunnen zeggen dat ze samen een liedje hebben opgenomen? Ik zou van onzekerheid en schaamte niet uit mijn woorden komen als hij nu tegenover me zou zitten, maar zo van een afstandje kan ik zingend de hele wereld aan.
Het wordt een aangeschoten karaoke met naast me in de asbak een smeulende sigaret om de keel te smeren en zenuwen te temperen. Ik doe de ramen dicht, druk op de recordknop van mijn telefoon en zing uit volle borsten. Wel zeven keer hetzelfde. Als ik ervan overtuigd ben dat ik minstens zo goed klink als Carice stuur ik ‘ons’ liedje naar hem toe. Wat hij ervan vindt maakt me niet eens meer uit: ik heb op een duffe dinsdagavond een persoonlijke overwinning op mijn naam gezet.













